Lammetjes met tanden

Op woensdag 9 december 2020 vond de eerste live Stadsdialoog plaats. Onder de titel Hoe inclusief is onze publieke ruimte? gingen verschillende kunstenaars, opdrachtgevers en ontwikkelaars in gesprek over de stad als levende plek in ontwikkeling. Stadscurator Jeroen Boomgaard droeg aan het einde van de avond een wrap up voor waarmee de drie tafelgesprekken kort samngevat werden. Deze conclusie kun je hieronder nog eens rustig nalezen:

Zoals de voorzitter van het Stadscuratorium, Claudia Linders, in haar openingswoord stelde, is de publieke ruimte de plek waar je de (spreekwoordelijke) ander tegenkomt. Je zou ook kunnen zeggen: het is de plek waar je het andere tegenkomt. Niet alleen wie je niet kent, maar ook wat je niet kent. Kunstwerken in de openbare ruimte horen bij dat wat je niet kent, en de vraag is hoe die kunstwerken ruimte scheppen voor wie je niet kent. Op zich kun je stellen dat de aanwezigheid van werken die onbekend voorkomen, of die niet direct gemakkelijk zijn en teken is van generositeit van de overheid, het toelaten of zelfs benadrukken van het verschil en het afwijkende. Een generositeit die beelden ook zelf uitdragen omdat ze niet eenduidig ene boodschap verkondigen maar open staan voor meerdere interpretaties.

Interessant daarbij is dat kunstwerken tegenstrijdig kunnen lijken, ambigu kunnen zijn. Ze dragen vaak een spanningsveld in zich. Dat kan een maatschappelijk spanningsveld zijn, ze vertegenwoordigen tegengestelde standpunten zonder eenduidig positie te kiezen. Maar dat maakt ze niet a-politiek, integendeel, ze kunnen een belangrijke rol spelen in het maatschappelijk debat door de tegenstelling zichtbaar te maken.

Opvallend in de stadsdialoog is dat het voortdurend gaat over wat wij doen, wij mensen als opdrachtgevers of bemiddelaars of publiek. Maar belangrijk is natuurlijk ook de vraag wat die kunstwerken doen.

Dialoog 1
In dit eerste gesprek gaat het over de rol van monumenten en de vraag wanneer ze functioneren of wat ermee te doen als ze voor iets staan dat we tegenwoordig afkeuren. Opgemerkt wordt dat kunstwerken niet in staat zijn problemen op te lossen. Voor een inclusieve openbare ruimte is meer nodig dan een goed kunstwerk. Daar zou ik aan toe willen voegen dat voor het goed functioneren van een kunstwerk ook een goede, inclusieve openbare ruimte nodig is. Het ambigue van een kunstwerk komt alleen tot zijn recht wanneer de omgeving nog tegenstellingen toelaat. In een monoculturele, gelijkgestemde omgeving, verliest een kunstwerk aan kracht. En het valt vaak op dat juist het herontwerpen van een openbare ruimte het risico in zich draagt tot een eerder minder dan meer inclusief eindresultaat te leiden. Er ontstaat dan een aangeharkt plein met een plichtmatig kunstwerk waar alle ruimte voor afwijking en verrassing is verdwenen.

Dialoog 2
Ook dit gesprek ging over standbeelden en monumenten, maar nu over de vraag hoe die ook als representatie zouden kunnen dienen van groepen die zich nu niet gezien en gehoord voelen. Dat is een belangrijke vraag, maar ik wil daarbij opmerken dat je heel veel kunstwerken in de openbare ruimte van ons land geen monumenten kunt noemen. Ze herdenken niet een bepaalde gebeurtenis, vereren niet iemand die ooit belangrijk werd gevonden, getuigen niet van overwinning of verlies. Die kunstwerken kunnen echter wel een bepaalde groep vertegenwoordigen doordat ze nadrukkelijk aansluiten bij een bepaalde opvatting over kunst en daarmee ontoegankelijk worden voor anderen. De uitdaging van integrale ontwerpprocessen is dan ook het betrekken van bewoners bij de inrichting van hun omgeving en dus ook bij de kunst die daar een plek krijgt of plaats vindt. En betrekken is dan iets anders dan bewoners over een ontwerp laten stemmen of voor kunstwerken kiezen die zo tandeloos zijn dat ze niets te zeggen hebben.

Dialoog 3
Dit gesprek ging verder waar het vorige gebleven was: welke strategieën moet of kun je gebruiken om bewoners eerder en beter te betrekken bij de inrichting van hun leefomgeving. Een integrale benadering heeft zeker de voorkeur, maar voor mij bleef de vraag bestaan wat je verwacht van de kunstwerken die uit dit integrale proces moeten resulteren: lammetjes of lammetjes met tanden.

Tot slot
Het Stadscuratorium ziet als haar belangrijkste taak advies uit te brengen over de wisselwerking tussen de kunstwerken in de openbare ruimte van de stad en haar bewoners. Dat doen we niet op afstand, van achter een bureau, maar ter plekke, tussen en met de bewoners. Daarbij gaat het om gevraagd advies, maar voor ons is het niet genoeg om vragen keurig in formulieren verpakt voorgelegd te krijgen. We willen ook ongevraagd advies geven, advies dat problemen aansnijdt, richting aangeeft en stimuleert. Advies dat niet voorschrijft maar een perspectief opent. Ongevraagd advies dat een antwoord probeert te geven op de grote vragen waar het publiek domein van deze stad zich voor gesteld ziet.

Geschreven door Jeroen Boomgaard

Beeld: Paul Vendel – Zwerm (2006). Locatie: kruising van Pieter Calandlaan en Baden Powellweg, Amsterdam Nieuw-West.

Heb je de Stadsdialoog gemist of wil je de stream nog eens terugkijken? Dat kan via deze link.

Om op de hoogte te blijven van nieuwe Stadsdialogen en andere activiteiten van het Stadscuratorium Amsterdam kun je ons volgen via Instagram, Facebook en LinkedIn.